Vissen : Schubkarper (Cyprinus carpio)

door Fishing Info Europe
 


Kenmerken:

Zwaar gebouwde vis met lange hol ingesneden rugvin. 4 tastdraden aan de eindstandige bek. En zeer sterke eerste vinstralen. Grote schubben.

Kleur:

Rug groenachtig bruin, flanken zijn bronskleurig, de buik is geelachtig wit of vuilwit. De zijde heeft een goudgele glans met donkere randen op de schubben.

Ogen:

In vergelijking met het lichaam is het geelachtige oog niet erg groot.

Lengte:

Tot 120cm lang en tot 30 Kg. Bij voldoende voedsel zijn de karpers in Nederland boven de 80 centimeter lang en met een gewicht van 10kg of meer een gewoon verschijnsel.

Huid:

33-40 grote schubben op de zijlijn.

Voedsel:

Waterplanten, insectenlarven, slakken, kreeftachtigen en wormen.
Aas: mas, gekookte aardappel, wit brood al dan niet voorzien van stukjes (jonge)kaas of smeerkaas, roggebrood met stroop, ontbijtkoek, kattenvoer, wormen, maden, tijgernoten, en boilies.

Leefgebied:

Algemeen voorkomend in stilstaand en langzaam stromend water. Een zachte modderige bodem heeft de voorkeur maar op een zand- of grintbodem komt de karper ook voor. Rietkragen en bloembedden van de gele plomp en waterlelie zijn in de zomer favoriete pleisterplaatsen van de karper.
In 1966 is de schubkarper gekweekt uit een kruising tussen een wilde- en een spiegelkarper.

Algemene karper informatie:

In de natuur kan de karper 30-40 jaar worden. De karper houdt van warmte en is daarom vooral in de zomermaanden actief, in de herfst- en wintermaanden zoekt het dier diepere wateren op.
Paaitijd mei en juni. Jonge karpers vallen massaal ten prooi aan snoeken.
Ze worden ook veel sneller gevangen, vaak meerdere keren in een seizoen. 
Er is weinig wat de karper qua voedsel niet lust. Met de uitstekende reuk en smaak papillen, kan het voedsel probleemloos worden gevonden. De grotere karpers happen niet direct toe op voorgeschoteld aas omdat ze zeer voorzichtig zijn.
De karper neemt met zijn stofzuigerbek een hap bodemmateriaal en zeeft het voedsel d.m.v. zijn kieuwen en bek eruit. Het in en uitblazen van voedsel gaat met een zeer hoge snelheid.
Harder voedsel (als boilies of partikels) is voor de karper geen probleem, dit wordt gekraakt met de zeer krachtige keeltanden.
Net als de snoek en de ruisvoorn heeft de karper een voorkeur voor helder water.
Zijn er (te)veel karpers in een plas of meer, dan wordt het water (erg) troebel en verlaten de snoek en de ruisvoorn het betreffende water.
Wanneer er voldoende eten is, zijn karpers boven de 80 centimeter lang en een gewicht van boven de twintig pond een heel gewoon verschijnsel.

Wordt er veel op karper gevist dan nemen de vangsten in de loop van het seizoen af omdat een karper leert welk voedsel te wantrouwen.
Het uitproberen van nieuwe aassoorten kan uitkomst bieden.
Toch kan het voorkomen dat een karper meerdere keren per dag wordt gevangen.

                     
  info@fishinginfo.eu